De recente uitspraak van de Hoge Raad der Nederlanden (ECLI:NL:HR: 2025:518) legt een fundamentele spanning bloot binnen het Koninkrijk: toegang tot de rechter bestaat formeel, maar wordt in de praktijk begrensd door een gelaagd systeem van regels.
Wat opvalt is dat deze beperking zich niet op één niveau voordoet, maar zich opstapelt:
1. cassatiebeperkingen ondanks de Rijkswet
2. beperkingen in vrije keuze van rechtsbijstand
3. en vaak onderbelicht beperkingen via procesreglementen
Cassatie vs. Rijkswet: een recht zonder uitvoering?
De Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad voor Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en voor Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (hierna: Rijkswet) bepaalt in artikel 8 dat zaken bij de Hoge Raad óók kunnen worden bepleit door advocaten ingeschreven bij het Gemeenschappelijk Hof. Dat is een expliciete wettelijke bevoegdheid. Toch bevestigt de Hoge Raad dat deze advocaten in de praktijk geen toegang hebben tot de cassatiebalie, onder verwijzing naar verschillen in kwaliteit en toezicht. Daarmee ontstaat een fundamentele spanning namelijk een recht dat bestaat op het niveau van de Rijkswet maar niet uitvoerbaar is in de praktijk
Vrije keuze van rechtsbijstand: wet vs. beperking
Deze spanning zien we ook terug in het Curaçaose procesrecht. Artikel 20 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Curaçao (Rv) bepaalt: een partij kan procederen:
• in persoon
• via een gemachtigde
• via een raadsman
Zonder beperking van de plaats waar van persoon of de gemachtigde of de raadsman moet zijn gevestigd. Daartegenover staat artikel 52 van de Advocatenlandsverordening, dat de praktijk van rechtsbijstand feitelijk lijkt te beperken. Resultaat is dat de Rv geeft ruimte maar de beroepsregeling beperkt die ruimte.
De stille derde laag: het procesreglement van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (hierna: het Gemeenschappelijk Hof van Justitie).
Daar blijft het niet bij. Het Procesreglement 2023 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie introduceert aanvullende beperkingen die de toegang verder structureren en in bepaalde gevallen beperken. Zo bepaalt het reglement:
• dat alleen bij het Hof ingeschreven advocaten en toegelaten gemachtigden beroepsmatig mogen optreden
• dat buitenlandse advocaten slechts in samenwerking met lokale advocaten kunnen optreden
• en dat proceshandelingen buiten deze kaders kunnen worden geweigerd.
Hoewel het reglement erkent dat er geen verplichte procesvertegenwoordiging bestaat, creëert het tegelijkertijd een systeem waarin effectieve vertegenwoordiging in de praktijk wordt gefilterd
De cumulatieve werking: van recht naar beperking
Wanneer deze drie lagen samenkomen ontstaat een patroon:
1. Rijkswet: verleent toegang tot de Hoge Raad
2. Nationale wetgeving; beperkt toegang via toelatingsvereisten
3. Procesreglement; operationaliseert en versterkt die beperking.
Strijd met hogere rechtsnormen
Deze cumulatie raakt direct aan fundamentele rechten. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) waarborgt in artikel 6 het recht op effectieve toegang tot de rechter en het recht op vrije keuze van rechtsbijstand.
Daarnaast geldt:
• Rijkswet is van hogere orde dan de nationale wet
• en Artikel 94 van de Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden verplicht om regels die in strijd zijn met verdragen en volkenrechtelijke organisaties buiten toepassing te laten. De vraag is dan onvermijdelijk: Kan een procesreglement, als lagere norm, feitelijk toegang beperken die door hogere normen wordt gegarandeerd?
De kern: toegang bestaat, maar wordt gefilterd
Wat deze ontwikkelingen blootleggen is geen incident, maar een structuur namelijk toegang tot de rechter wordt erkend, maar via verschillende lagen beperkt, rechten worden toegekend, maar niet volledig uitvoerbaar gemaakt, vrije keuze wordt toegestaan, maar praktisch ingeperkt.
Conclusie: een systeem dat herzien moet worden
De combinatie van cassatiebeperkingen ondanks de Rijkswet, beperkingen op en procesreglementen die toegang conditioneren leidt tot één fundamentele conclusie, namelijk dat de toegang tot de rechter binnen het Koninkrijk onder druk staat. Niet omdat het recht ontbreekt, maar omdat het wordt gefilterd door gelaagde regelgeving.
Toegang tot het recht mag geen theoretisch recht zijn. Het moet praktisch, effectief en daadwerkelijk effectief zijn. Zolang regels op verschillende niveaus elkaar beperken, blijft de vraag hangen namelijk Is toegang tot de rechter een recht…of een systeem van toelating?